Toen ik het nieuws las dat meer jongeren zich aansluiten bij de vakbond, moest ik twee keer kijken. Want als je denkt aan een vakbond, denk je niet direct aan TikTok-video’s, jonge bestuurders en groeiende ledencijfers. Toch gebeurt het. In één jaar tijd kwamen er maar liefst vijfduizend jonge leden bij de FNV en ook CNV ziet een groei. Wat kunnen andere organisaties hiervan leren?
“Het huidige imago van vakbonden is er één van oude mannen die lauwe koffie zitten te drinken in een muf vergaderzaaltje”, schreef BNNVARA nog in 2018. En nu? Nu lukt het ze om jongeren te bereiken én te binden. Knap! Hun succes laat zien dat zelfs het meest stoffige onderwerp springlevend kan worden als je het goed aanpakt.
1. Zoek naar wat jongeren nu raakt
De FNV en CNV spreken jongeren aan op thema’s die ze letterlijk in hun portemonnee en dagelijks leven voelen: lage lonen, flexibele contracten, onbetaalde stages, hoge woonlasten. Geen ver-van-mijn-bedonderwerpen, maar concrete frustraties. Dat maakt de stap om lid te worden ineens logisch.
Als organisatie kun je daar iets van leren. Jongeren willen niet praten over beleid in abstracte termen, maar over wat dat beleid voor hén betekent, nu.
Bij Pensioenfonds PGB – een project waar ik zelf bij betrokken was – stelden we precies die vraag. Want wat heeft een twintigjarige met pensioen? Niets, zou je denken. Tot je het perspectief kantelt: wat gebeurt er met het geld dat straks voor jou bedoeld is? Waar wordt het nu in belegd? En wil je daar iets over te zeggen hebben? Zo wordt het onderwerp ineens van hén.
2. Maak jongeren medemakers
Wie jongeren wil betrekken, moet verder gaan dan een jongerenpanel organiseren of hun mening ophalen. Dat is luisteren op afstand. Echte betrokkenheid ontstaat pas als jongeren ook meebeslissen, meeschrijven en meebouwen.
De FNV laat dat goed zien. Jongeren worden er niet als ‘doelgroep’ aangesproken, maar als onderdeel van de beweging. Ze krijgen letterlijk een podium en verantwoordelijkheid: denk aan jonge bestuurders als Bas van Weegberg, die via sociale media laat zien waar hij voor staat. Hij deelt successen, maar ook worstelingen. Daardoor voelen andere jongeren: hij is één van ons én hij verandert wat.
3. Kies de juiste plekken en toon
De vakbonden wachten niet tot jongeren aankloppen, maar stappen hun wereld in. Op TikTok en Instagram delen jonge bestuurders filmpjes over eerlijke stagevergoedingen. Op scholen gaan ze in gesprek over werkdruk. En bij evenementen waar jongeren al zijn, mengen ze zich tussen het publiek om te horen wat jongeren bezighoudt.
En dan de toon van de communicatie: die voelt alsof het door jongeren is gemaakt. Geen afstandelijke beleidswoorden, maar directe taal. Soms zelfs een beetje brutaal: “Is jouw baan alles wat je ervan verwacht had? Waarschijnlijk niet.”
Toekomst
De vakbonden hebben iets moois bereikt. Hoe zorg je dat dit geen piek is, maar een blijvende beweging? Ik hoop dat ze in deze fase, waarin het goed gaat, met jongeren precies daarover praten. Wat maakt dat jij lid bent geworden? Wat zorgt ervoor dat je blijft? En wat heb je nodig als je straks de volgende fase in gaat en minder tijd hebt? Succes is geen eindstation. Jongerenparticipatie is een houding: steeds weer openstaan voor de geluiden die je verder brengen.