Niet doen: jongeren onderschatten (en jezelf overschatten)
Als ik met klanten praat, hoor ik ze vaak aannames maken over jongeren: dat ze ‘overgevoelig’ zouden zijn, ‘altijd met hun telefoon bezig’, of ‘niet in staat om mee te denken over grote kwesties’. Jongeren onderschatten is wat ik veel zie gebeuren. Hoe meer ik zulke aannames hoor, hoe meer het vuurtje bij mij begint te branden. Want juist dán is jongerenparticipatie het meest nodig.
In hun boek Generatie Zelfvertrouwen beschrijven Eveline Crone en Renske van der Cruijsen de veerkracht van Generatie Z op een manier die me aanspreekt. Jongeren moeten zich staande houden in een wereld die hen weinig zekerheden biedt: een onbetaalbare woningmarkt, een opwarmende planeet, en de wetenschap dat ze het waarschijnlijk niet beter zullen krijgen dan hun ouders. Daarnaast balanceren ze continu tussen een offline en online bestaan. Het zijn pittige uitdagingen waar ze hun weg in moeten vinden. We onderschatten jongeren te vaak in hoe zij zich in die wereld bewegen.
Het leven is voor jongeren nu echt complexer dan veel mensen denken. Denk alleen al aan alle werkuren die jongeren maken om de torenhoge huur, eten en andere uitgaven te betalen. Het leven is namelijk een stuk duurder geworden. En wat dacht je van de extra uitdagingen door social media en de toegenomen prestatiedruk?
Dat het leven van jongeren complexer is geworden, zie ik ook terug in studentparticipatieprojecten. Het is tegenwoordig voor veel studenten onmogelijk om op kamers te gaan. Ze wonen nog bij hun ouders, maken lange reizen naar school, en haasten zich na hun lessen weer naar huis. Dat betekent dat ze minder sociale activiteiten op school bijwonen en zich minder verbonden voelen. En ook dat heeft weer consequenties.
Wat je niet moet doen is vooral jongeren onderschatten in wat ze kunnen. Toch worden jongeren vaak gezien als ‘overgevoelig’. Ze zouden zeuren, kunnen weinig aan, en zijn na drie dagen werken toe aan het weekend. Maar wat als het tegendeel waar is? Wat als jongeren juist veerkrachtig zijn, precies door die complexiteit? Ik zie die veerkracht terug in de keuzes die ze maken. Ze zoeken naar manieren om zichzelf te beschermen: door bewust offline te gaan, nieuwsapps te verwijderen of schermtijd te beperken. Sommigen creëren online gemeenschappen om verbonden te blijven. En heel veel jongeren hebben meerdere bijbaantjes. Wat ik maar wil zeggen: ze vinden nou juist nieuwe manieren om om te gaan met deze uitdagende wereld.
Het mooie is: zodra jongerenparticipatie van start gaat, zie je de eerdere aannames vaak verdwijnen als sneeuw voor de zon. Wanneer organisaties samenwerken met jongeren, gebeurt er namelijk iets bijzonders. Organisaties én jongeren krijgen een spiegel voorgehouden. Ze leren van elkaar. Dat zorgt voor een frisse uitwisseling van ideeën en maakt ruimte voor wederzijds begrip en groei. De truc is jongeren niet te onderschatten.
En nog drie tips voor onderwijsinstellingen
1. Zorg voor begeleiding, ook als het goed lijkt te gaan
Mentale problemen zijn een van de grootste oorzaken van uitval. Een vast aanspreekpunt – iemand die jongeren kent en ziet, zelfs als het goed gaat – kan het verschil maken. Soms is één goed gesprek genoeg om weer richting te vinden.
2. Kijk verder dan het diploma
Werkervaring en skills zijn vaak net zo waardevol als een papiertje. Door die te erkennen, sluit je beter aan bij wat jongeren kunnen en nodig hebben.
3. Maak stagevergoedingen verplicht
Het verschil tussen werken en stage lopen is voor veel jongeren simpel: geld. Een betaalde stage verlaagt de financiële drempel en maakt leren in de praktijk een stuk aantrekkelijker.