Marjelle Theunissen werkt als beleidsmedewerker en projectleider studentparticipatie bij mboRijnland. Ze schreef een gastbijdrage over haar samenwerking met Young Inspiration, waarin ze samen een grootschalig studentonderzoek uitvoerden.
Studentparticipatie krijgt landelijk steeds meer aandacht. Ook binnen het mbo worden stappen gezet, al is een structurele en instellingsbrede aanpak nog geen vanzelfsprekendheid. In het netwerk van mbo-scholen die er wél op die manier mee bezig zijn, hebben collega’s vaak een voorsprong: zij hebben al functies voor studentparticipatie en structurele trajecten lopen. Bij mboRijnland zetten we nu voor het eerst centraal en planmatig stappen.
Als projectleider wilde ik studentparticipatie vanaf het begin goed neerzetten. De samenwerking met Young Inspiration bood daarbij een stevige basis: Marjolein liet zien hoe je studenten op een doordachte en structurele manier betrekt.
Manier van onderzoek
We onderzochten op welke wijze en waarover onze ruim 16.000 studenten (op twaalf locaties) willen meedenken. Dat deden we op drie manieren: via wandelganggesprekken, duo-interviews en de vorm ‘studenten als onderzoeker’. In die fases zag ik dingen gebeuren die ik van tevoren niet had verwacht. Want toen we begonnen aan de wandelganggesprekken (studenten aanspreken op school met een paar korte vragen) verwachtte ik eerlijk gezegd dat het lastig zou worden.
Natuurlijk weet ik dat er jongeren in allerlei soorten en maten zijn, maar ik dacht vooral: hoe gaan de jongeren reageren die achterover leunen met een frikandelbroodje in de hand en een petje op het hoofd? Niet bepaald degenen die staan te springen om beleidsvragen, dacht ik.
Maar het tegendeel bleek waar. Bijna iedereen zei: “Ja hoor, stel je vraag maar!” Sommigen zeiden zelfs: “Ik zie dat jullie met iets bezig zijn, wat doen jullie eigenlijk? Mag ik ook meedoen?”
Grootste eyeopener
Ik begon dit project met de vraag: hoe krijgen we studenten in beweging? Maar dat bleek het probleem niet te zijn. Wat hen frustreert, is dat hun inbreng vaak nergens landt. Ik hoorde het vele malen: ze geven hun mening, maar horen er niks meer van terug. Dan is participatie zinloos. Het probleem zit dus niet bij de studenten, maar bij ons als organisatie.
Dat is meteen de grootste les voor mij tot nu toe: als je studenten vraagt om input, moet je van tevoren weten wat je ermee gaat doen. Anders denken ze de volgende keer: laat maar, er gebeurt toch niks mee. Dat raakt aan iets groters: het gevoel serieus genomen te worden, gezien te worden en ertoe doen.
Als ik dit traject niet was gestart, had ik waarschijnlijk flink de plank misgeslagen. Dan waren we aan de slag gegaan met studentparticipatie, zonder te beseffen hoe belangrijk het is om eerst te zorgen dat de mening van studenten daadwerkelijk landt binnen de organisatie.
Volgende stap
Voor mij is het nu de uitdaging om de opbrengsten van dit onderzoek te vertalen naar beleid en concrete plannen. Hoe kunnen we de mening van studenten een plek geven binnen mboRijnland, zodat hun bijdrage ook structureel wordt benut? Het onderzoeksrapport van Marjolein vormt daarin een belangrijke basis, samen met de inzichten die ik onderweg al heb opgedaan.
Twee jongeren die meededen in dit project, reageerden op het verhaal van Marjelle. Lezen? Check deze post op LinkedIn!